Me & my tepee

(Pine Ridge, South Dakota, augustus 2018)

Mijn vliegtuig uit San Francisco landt om 11 uur ’s ochtends op de luchthaven van Denver, Colorado. Ik pik mijn huurauto op en rijd door de hoogvlakten van Colorado en Nebraska naar het noorden. Links van me, in de verte, liggen de Rocky Mountains, maar eenmaal in Nebraska is het land leeg, vlak en saai, met kaarsrechte wegen. Ik ben op weg naar Pine Ridge, het reservaat van de Oglala Lakota indianen, net over de grens van South Dakota, een rit van zes uur. Mijn contactpersoon heeft me herhaaldelijk aangeraden om minstens een uur voor het donker te arriveren en ik neem dat serieus. Mijn GPS zal in Pine Ridge niet meer werken en de laatste kilometers gaan over een gravelweg.

Ik ben op avontuur, zo voelt het, en die kick heb ik al een tijdje gemist. Als antropoloog ben ik gewend aan het reizen alleen, naar afgelegen oorden. Ik werd van alle kanten bang gemaakt toen ik voor het eerst naar Brazilië ging, begin jaren ’90, maar bij aankomst in Rio viel die paranoia na tien minuten van me af om nooit meer terug te keren. Dus relativeerde ik de waarschuwingen op internet van mensen die in Pine Ridge waren geweest, al was het opmerkelijk hoe ze bleven knagen: ga er niet alleen naartoe, pas op voor gangs en auto’s met geblindeerde ramen, en besef dat je als blanke niet overal welkom bent.

Dan helpt het niet als je Pine Ridge binnenrijdt door het gehucht Whiteclay, Nebraska, tot voor kort de alcoholleverancier van het reservaat. Bijna iedere inwoner van Pine Ridge heeft op een of andere manier te maken met alcoholisme. Het is al zolang een endemisch probleem. Drank is echter verbannen uit het reservaat, dus ging men daarvoor naar Whiteclay, totdat in 2017 alle winkels door de overheid definitief werden gesloten. Nu is het een spookstad. Links en rechts van de hoofdstraat staan oude, verwaarloosde gebouwen. Het straatbeeld van rondhangende, dronken indianen is verleden tijd, maar het alcoholisme niet. Het probleem heeft zich slechts verplaatst.

Whiteclay gaat over in het plaatsje Pine Ridge. Er is geen duidelijke grens. Ik ben nu in het reservaat, dat is te zien aan het uiterlijk van de mensen op straat. Aan weerszijden van de weg is er bedrijvigheid, zijn er winkeltjes, een benzinestation, zelfs een Pizza Hut. Ik weet niet waar ik kijken moet en wat ik nou eigenlijk wil zien. Het is allemaal te plotseling. In vijf minuten ben ik erdoorheen, begint de eindeloze prairie en zakt mijn opwinding. Glooiende heuvels met hier en daar groen spreiden zich voor me uit.

Het reservaat is qua grootte bijna de helft van Nederland, maar telt slechts rond de 30.000 inwoners. Ik ben op weg naar het plaatsje Manderson, mijn eindbestemming. Bij een splitsing na een half uur rijden stuit ik zomaar op het monument van het massagraf van Wounded Knee, dat ik voorheen alleen van foto’s kende. Het ligt voor me op een heuvel, in de leegte. Ik zal er morgen terugkeren, als ik uitgerust ben. Nu sla ik linksaf. De tweebaansweg slingert zich door het landschap tot ik Manderson bereik. Vlak voor het plaatsje is de afslag naar de gravelweg. Het klopt allemaal met de satellietfoto die ik thuis printte. Er zijn weinig wegen, dus de kans om een verkeerde afslag te nemen is klein. Na vier kilometer minder ik snelheid als ik een witte tipi zie staan in de buurt van een paar huisjes en autowrakken.

Mijn wigwam

Twee blaffende honden rennen om mijn auto als ik over de oprit het land op rijd. Mijn komst is nu wel aangekondigd, bedenk ik, maar als ik bij het grootste huisje uitstap, komt er niemand naar buiten. De honden zijn ongevaarlijk en laten zich graag door mij aaien. Ik klop op de deur en wacht tot er gestommel klinkt. Gelukkig, ze weten waarom ik er ben. Ik word vriendelijk begroet en krijg een sleutel van het kleinere huisje. Ik slaap in de tipi, een paar honderd meter verderop, maar mag in het huisje koffie zetten of een maaltijd koken. Het staat leeg, want de bewoonster, tevens mijn contactpersoon, is er niet. Ik kan mijn auto parkeren bij de tipi. Als ik vraag of het veilig is en ik mijn spullen kan achterlaten, lacht de jongste van de twee mannen zijn paar overgebleven tanden bloot. Daar hoef ik me geen zorgen om te maken. Hooguit komt er een coyote langs. ‘Who wants to be here anyway?” zegt hij en haalt zijn schouders op.

De tipi is groot, hoog en staat stevig, en ik realiseer me dat ik waarschijnlijk de enige ben in het hele reservaat die de nacht doorbrengt op deze primitieve manier. Mijn geparkeerde auto ernaast klopt niet qua beeld. Op de grond ligt een kleed. Er staan drie bedjes waarvan ik er een kies. Eén van de honden is met me mee naar binnen gegaan door de ingang, maar wurmt zich weer naar buiten onder het tentdoek door. Dat zegt me dat afsluiten weinig zin heeft. Mijn voorraad eten laat ik in de auto. In het huisje warm ik water op en keer terug met een volle thermosfles thee.

Ik heb armoede gezien in Brazilië en in Afrika. Hier, in het hart van de Verenigde Staten, is het beslist niet beter. Gelukkig heeft dit huisje een gasfornuis en een koelkast, evenals stromend water en elektriciteit, iets dat niet vanzelfsprekend is in Pine Ridge. De WC is een gat in de grond in een outhouse: een bouwvallig houten hutje buiten in het veld, zonder voordeur, met uitzicht op de heuvels. De koude buitendouche ernaast is gammel, gemaakt van kunststof pijpen, en doet het niet.

De stilte is een zegening als ik bij mijn tipi zit en het langzaam donker wordt. Het koelt af maar de thee houdt me warm. De honden spelen om me heen. Ik geef ze wat lekkers in de hoop dat ze blijven. In de verte aan de rand van een rij bomen graast een groep wilde paarden. Ik zie nu licht branden in het huis waar de twee mannen wonen. Na onze begroeting heb ik niemand meer buiten gezien. Ik realiseer me nog maar eens waar ik ben en voel dankbaarheid voor de ervaring. Dit is geen gewone camping. De sterrenhemel die verschijnt is adembenemend. Met de honden naast me kruip ik uiteindelijk in mijn slaapzak en val als een blok in slaap.

 

            

Wounded Knee

Wounded Knee is in werkelijkheid kleiner dan ik dacht. Ik parkeer mijn auto onderaan de heuvel en neem het pad naar boven. Het is niet steil. Ik word gevolgd door een SUV waar met grote letters ‘security’ op staat. De twee bewakers blijven in hun auto zitten. Ze zijn er niet voor niets, het is kennelijk nodig. Ik probeer ze te negeren en loop plechtig mijn rondje om het graf, lees de namen op het monument, maak foto’s en knik vriendelijk naar twee andere bezoekers. Ik weet precies wat hier gebeurd is, heb erover geschreven, waardoor ik me meer betrokken voel. Ik probeer me het bloedbad voor te stellen, aangericht door het Amerikaanse leger, terwijl ik over het landschap kijk.

Maar pas terug beneden, waar een jonge Lakota met lang zwart haar zijn kunst verkoopt, raak ik in discussie en komt het tot leven. Justin vertelt me hoe, lang geleden, de Cheyenne naar Pine Ridge kwamen om de Lakota te waarschuwen voor het oprukkende leger van General Custer. Hij wijst me zelfs aan waar het was, daar, in de nabijgelegen noordelijke heuvels. De paniek was groot. De stammen besloten samen te werken en lokten Custer in een hinderlaag in Little Bighorn, Montana. Ze versloegen het leger, maar jaren later kon het bloedbad van Wounded Knee gezien worden als vergelding.

De afstanden duizelen me. Montana is ver weg, te paard over deze heuvels. Justin leest graag, zegt hij, en ik geef hem een exemplaar van mijn roman. Wat hij vertelde was niet nieuw voor me, maar de manier waarop maakte indruk: zijn trots, zijn cultuur. De ketting die ik van hem koop, met daarop een dragonfly, zal ik mijn hele verdere verblijf dragen. Hij kijkt me verbaasd aan als ik hem bedank in de taal van de Lakota en moet lachen. Hij verbetert me: mannen zeggen anders dank je wel dan vrouwen en ik had het vrouwelijk gezegd.

Het slaat nergens op, maar het landschap van Pine Ridge doet me denken aan de duingebieden van Oost-Terschelling of Schiermonnikoog. Er is hier in de verste verten geen zee of oceaan te bekennen, maar toch. Het moet het licht zijn, het weidse, de leegte en het gevoel van vrijheid dat daarbij hoort. Maar zo fijn als het leven op de eilanden is, zo erbarmelijk is het hier. De eilanders leven van het toerisme; in Pine Ridge begint het toerisme pas als je het reservaat verlaat bij National Park The Badlands in het noorden of The Black Hills in het westen. In het reservaat is 80 procent van de mensen werkloos, heerst er diabetes omdat goed voedsel te duur is en is het zelfmoordcijfer onder de jeugd schrikbarend hoog.

 

                  

Het Oglala Lakota College

Het is moeilijk voor te stellen dat de misère zo groot kan zijn, maar het wordt bevestigd als ik in gesprek raak met een medewerkster van het Oglala Lakota College, even buiten het plaatsje Kyle. Ik vraag nog maar eens of het alcoholisme nou echt zo’n groot probleem is, omdat het niet altijd zichtbaar is en omdat ik vurig hoop dat het inmiddels beter gaat. Die hoop vervliegt als ik haar gezicht zie betrekken. “Helaas,” zegt ze. “Het is verschrikkelijk. Dat en crystal meth.”

Toch is het college een verademing, omdat het niet alleen qua moderne architectuur geslaagd is, maar vooral een betere toekomst symboliseert. Mensen kunnen hier opleidingen volgen in veel richtingen. Er is bovendien een grote boekwinkel en een ‘Heritage Center’. Alles is ruim opgezet. De medewerkster vertelt me dat de leeftijd van de studenten varieert tussen de 16 en 75 jaar. Ze doen er gemiddeld twee keer zo lang over om af te studeren, omdat ze een gezin moeten onderhouden of omdat gewoonweg het geld ontbreekt, maar het belangrijkste is dat het college fungeert als een ‘way out’ en als bewustwording naar een betere toekomst door educatie. Er is steun van de overheid, al is het college ook afhankelijk van donaties.

Als ik aan het eind van een lange dag terug ben bij mijn tipi en de honden, realiseer ik me dat ik me niet voor de gek mag laten houden door de prachtige natuur. Het is zo verleidelijk om je hier grazende kuddes buffalo’s voor te stellen, nederzettingen met tipi’s en rondtrekkende indianen, maar dat is allemaal voltooid verleden tijd. Dat verlies op zich is niet het probleem, maar wat er voor in de plaats gekomen is wel. De Oglala Lakota zijn er verschrikkelijk op achteruit gegaan sinds het reservaat. Ik moet vooral ook kijken naar de verwaarloosde woonwagens, rijp voor de sloop, die her en der in het land verspreid staan. Er wonen mensen en er staan altijd een paar autowrakken omheen; naar de rondhangende mensen op straat in plaatsen als Manderson, Porcupine of Kyle, die simpelweg geen mogelijkheden hebben om iets van hun leven te maken en aan hun lot zijn overgelaten. Op papier hebben ze dezelfde kansen als iedere Amerikaan; in werkelijkheid blijven ze de indiaan uit Pine Ridge, die geen kant op kan. Dat is wat pijnlijk duidelijk wordt als je verder kijkt dan de mooie heuvels.

Badlands & Black Hills

De volgende dag verlaat ik Pine Ridge aan de noordkant, waar het reservaat grenst aan het National Park The Badlands. Meteen is het beeld veranderd en is iedereen blank. Grote campers, groepen motorrijders en een enorm ‘Visitor Center’. Hier kwamen de Lakota voor hun ceremonies, dit was waar ze zich graag terugtrokken om paard te rijden of te dansen. Ik maak hier en daar foto’s. De bergen zijn grillig en bijzonder van kleur. Ik ben weer terug in Amerika.

Dat gevoel wordt versterkt als ik door de Badlands verder rijd naar The Black Hills en overal schreeuwerige billboards langs de weg zie met goedkoop vertier. Dit gebergte, dat aan de oostkant aan Pine Ridge grenst, is de geboortegrond van de Lakota. Het is waar ze vandaan komen, volgens hun cultuur. Het was ook hun eigendom, volgens een officieel verdrag, dat door de overheid geschonden werd toen er goud gevonden werd. Nu is het gebergte vooral bekend vanwege Mount Rushmore, de berg met de vier uitgehouwen koppen van presidenten. Ik zie hoe indrukwekkend het is, maar ik kan er niet meer onbevooroordeeld naar kijken. In het stadje Deadwood, beroemd vanwege het goudzoekersverleden, wandel ik door het historische centrum, vol met blanke toeristen—het cowboy-type of de redneck. Ik ga erop letten en tel niet één Native American, Afro-American of Latino.

Het contrast met Pine Ridge kan niet groter zijn. Als ik bedenk hoe dichtbij het reservaat ik hier ben en hoe verschillend de twee werelden zijn, kan ik er met mijn verstand niet bij. Ik voel me meer betrokken bij de Oglala Lakota en hoop dat het niet mijn laatste bezoek was aan Pine Ridge. Misschien kan ik wat betekenen voor hen in de toekomst, behalve geld doneren. Misschien help ik een beetje door erover te schrijven. Gelukkig eindig ik mijn reis bij het enorme Crazy Horse Memorial—een soort tegenhanger van Mount Rushmore—dat al 70 jaar in aanbouw is, omdat het afhankelijk is van giften en het zonder steun van de overheid moet stellen. Het ligt prachtig in de verte, maar vooralsnog is alleen zijn gezicht klaar. Het is enigszins controversieel, omdat er nooit toestemming is gevraagd aan de afstammelingen van Crazy Horse voor het project. De bergen zijn heilig voor de Lakota. Je mag er niet zomaar in hakken.

 

    

 

 

 

 

~~~~

 

Jaap Cové is auteur. Zijn laatste roman Het Web van Iktomi geeft inzicht de geschiedenis, de cultuur en de spiritualiteit van de Oglala Lakota Indianen in Pine Ridge, South Dakota, USA: www.jaapcove.com

Links (ook voor donaties):

http://www.olc.edu/

https://www.redcloudschool.org/

https://www.theguardian.com/society/2017/sep/29/pine-ridge-indian-reservation-south-dakota

https://crazyhorsememorial.org/

 

 

5 gedachten over “Me & my tepee

  • november 19, 2018 om 3:20 pm
    Permalink

    Wat een mooie aanvulling op het boek ‘Het web van Iktomi’ en wat een tragiek voor deze oorspronkelijke bewoners van Amerika.

    Beantwoorden
  • november 19, 2018 om 5:25 pm
    Permalink

    Fijn beschreven, met gevoel en realiteitszin. Jammer dat het zo slecht gaat. Liefs Helma

    Beantwoorden
  • november 20, 2018 om 2:33 pm
    Permalink

    Wat heb je deze bijzondere reis mooi beschreven, maar dat is dan ook je vak:-)
    Het zou heel mooi zijn als je iets zou kunnen betekenen voor de indianen door er over te schrijven, door het grote onrecht wat hun is aangedaan te belichten, helaas wordt er bar weinig over geschreven en weten vele jonge mensen niet eens wat er gebeurd is in Wounded knee. Van mij mag je volgende boek weer over dit onderwerp gaan 🙂
    liefs Margot

    Beantwoorden
  • november 21, 2018 om 9:55 pm
    Permalink

    En dan te bedenken dat er, vernam ik eens, nog nog steeds volken worden “uitgemoord” ten NO van Australië. Nog steeds worden er indianen verdreven in Zuid Amerika. Hoe zou Amerika en de wereld geweest zijn als de Europeanen het niet veroverd hadden.

    Beantwoorden
  • november 29, 2018 om 2:18 pm
    Permalink

    Prachtig geschreven Jaap: het voelde alsof ik op je schouder het zat mee te beleven

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.